Het volgen van de ontwikkeling van de kinderen

Voordat een kleuter op school komt krijgen de ouders een uitgebreide vragenlijst over de ontwikkeling van hun kind. Deze wordt bekeken samen met het verslag van het kinderdagverblijf of peuterspeelzaal en de observaties van de leerkracht. Binnen 3 maanden wordt dan vastgesteld of de kleuter extra aanbod of  extra ondersteuning nodig heeft. Dit gebeurt altijd in overleg met de ouders. Na een half jaar onderwijs en tenminste drie maanden op onze school, worden observatielijsten ingevuld waarbij de ontwikkeling op verschillende terreinen wordt bekeken. We gebruiken hiervoor het Ontwikkel Volg Model (OVM). Gedurende de kleuterperiode wordt een kind enkele malen intensief geobserveerd. Het OVM wordt tijdens de 10 minutengesprekken met de ouders besproken. Aan het einde van de kleuterperiode wordt bekeken of een kind naar groep 3 kan.

Veel kleuters zitten tweeënhalf a drie jaar in een kleutergroep. Dit is afhankelijk van geboortedatum, aard en aanleg. zie ook: herfstkinderen

Vanaf groep 3

Ook vindt er in de midden- en bovenbouw een beoordeling plaats van het werk wat uw kind gemaakt heeft. Geregeld vindt toetsing van de geleerde stof plaats, in het bijzonder bij rekenen, taal, lezen en wereldoriëntatie. Deze gegevens worden verzameld door de groepsleerkracht en gebruikt voor het samenstellen van de twee rapporten die jaarlijks aan de kinderen worden uitgereikt.

 

IMG 0008

Groot School Onderzoek (G.S.O)

In januari en juni vindt het groot school onderzoek (G.S.O) plaats. Hierbij worden een aantal tests afgenomen om het beeld van ieder kind, de groep en de school objectiever te bekijken. We gebruiken hiervoor toetsen uit het Cito leerlingvolgsysteem.

In groep 1/2 worden afgenomen: taal en rekenen voor kleuters.  Vanaf groep 3 toetsen we technisch en begrijpend lezen, spelling, rekenen en vullen we een lijst in voor de sociaal emotionele ontwikkeling. 
Ook volgen wij het dyslexieprotocol op onze school. Dit betekend dat we bij leerlingen die opvallen ook in november en april een lees- en/of spellingstoets afnemen. Ouders brengen we schriftelijk op de hoogte van de toetsuitslag in november en april.

Deze toetsperiode levert waardevolle informatie op over een leerling. Het laat zien hoeveel een kind in een bepaalde periode heeft bijgeleerd. Zo kunnen we de resultaten van uw kind vergelijken met zichzelf, met de groep en met het landelijk niveau van leeftijdgenoten.
Na iedere toetsperiode bespreken de leerkrachten samen met de interne begeleider de groepsresultaten. Als het resultaat van de toetsen niet zo is als wij verwachten, betekent dat misschien wel dat we consequenties moeten trekken uit onze manier van lesgeven of dat we onderdelen van het onderwijsprogramma moeten verbeteren.

De schoolresultaten analyseren we door middel van de trendanalyse en deze worden besproken met het hele team. Uit de trendanalyse kunnen we als school doelen bepalen voor de komende periode. De resultaten van ons onderwijs worden altijd gestuurd naar het bevoegd gezag en de onderwijsinspectie.

Ouders hebben altijd het recht om toetsen van hun kind in te zien. Gaan toetsen naar 'instanties' dan moeten de ouders hiervoor toestemming verlenen. Het leerlingvolgsysteem biedt ons een overzicht van leerlingen die extra hulp nodig hebben. Niet alleen op leergebied maar ook in hun sociaal-emotionele ontwikkeling.

 

Extra ondersteuning

Als uit observaties van de leerkracht of uit het G.S.O blijkt dat kinderen extra ondersteuning nodig hebben wordt dit aangepakt door de leerkracht en de intern begeleider. Dit is overigens niet alleen bij kinderen met een achterstand, het kunnen ook kinderen met een voorsprong betreffen. De intern begeleider overlegt met de leerkracht welk plan wordt gekozen om de zorg voor de leerling optimaal vorm te geven.
Er worden doelen opgesteld en deze worden genoteerd in het groepsplan. Na 8 weken is er een tussenevaluatie waarin het groepsplan kan worden bijgesteld. Blijkt bij de eindevaluatie het plan niet het gewenste effect te hebben, dan zullen andere stappen genomen worden. Er zijn dan de volgende mogelijkheden:

De leerkracht en de intern begeleider besluiten een nieuw plan te maken.De leerkracht en/of de intern begeleider bespreken de leerling in het Ondersteuningsteam. (zie Ondersteuningteam)